Hemelwater bij een fietsenhok: afvoer, infiltratie en gemeentelijke regels

Stalen fietsenstalling op maat

Een fietsenhok van drie bij drie meter vangt negen vierkante meter regen op. Bij een stevige bui van twintig millimeter is dat bijna tweehonderd liter water dat ergens naartoe moet. Wie daar bij het ontwerp van een fietsenhok niet over nadenkt, ontdekt het vanzelf: een plas voor de opening, groene aanslag op de bestrating en een buurman die belt.

Waar gaat het water nu heen?

Zonder voorzieningen loopt al het water van het dak langs de druiprand naar beneden, precies op de plek waar het dak ophoudt. Dat is bij een lessenaarsdak één lange lijn, en daar ontstaat in een half jaar een groef in het grind of een groene baan op de tegels.

De simpelste oplossing is een grindstrook van twintig tot dertig centimeter breed onder de druiprand. Het water valt in het grind, zakt weg in de bodem en spat niet op tegen de wandvulling of de gevel. Het kost een kruiwagen grind en is in veel tuinen voldoende.

Stalen fietsenstalling op maat

Goot en hemelwaterafvoer

Wil je het water gericht afvoeren, dan komt er een goot aan de lage zijde van het dak en een afvoer naar beneden. Mooi aan een stalen constructie is dat die afvoer in een van de holle kokerprofielen kan worden weggewerkt: van buiten zie je geen enkele regenpijp.

Onderin moet het water dan wel ergens naartoe. Aansluiten op een bestaande hemelwaterafvoer of op een put in de tuin kan, mits die capaciteit heeft. Aansluiten op het vuilwaterriool mag in veel gemeenten niet meer, en is bovendien zonde: schoon regenwater hoort niet naar de zuivering.

  • grindstrook onder de druiprand: eenvoudig en effectief
  • goot met afvoer, weggewerkt in een stalen stijl
  • infiltratiekratten of een grindkoffer voor opvang in de bodem
  • regenton of ondergrondse tank voor hergebruik
  • een sedumdak dat een deel van de bui zelf vasthoudt

Infiltreren op eigen terrein

Steeds meer gemeenten verlangen dat regenwater op eigen terrein wordt verwerkt in plaats van afgevoerd. Dat is geen pesterij: in een bui van tegenwoordig kan het riool het simpelweg niet aan, en grondwateraanvulling is in droge zomers hard nodig.

Praktisch betekent dat een grindkoffer of een set infiltratiekratten onder de grond, waar het water tijdelijk in wordt opgevangen en langzaam in de bodem zakt. Voor een fietsenhok is dat een bescheiden voorziening: een kuip van ongeveer een halve kubieke meter volstaat meestal. In klei- of veengrond, zoals veel voorkomt in de IJsseldelta en de polder, zakt het water trager weg en moet je iets ruimer rekenen.

Dak van een stalen fietsenstalling FS01

Regenton en hergebruik

De aardigste oplossing is vaak de eenvoudigste: hang een regenton aan de afvoer. Negen vierkante meter dak levert in een gemiddeld jaar meer dan zevenhonderd liter per maand, en dat is precies het water dat je in de zomer voor je tuin nodig hebt. Zorg wel voor een overloop, anders staat de ton binnen één bui vol en loopt de rest alsnog ongecontroleerd weg.

Bij grotere stallingen, bijvoorbeeld bij een bedrijf of een VvE, kan een ondergrondse tank met een pomp interessant zijn voor het besproeien van groen op het terrein. Dat is een grotere investering, maar bij enkele tientallen vierkante meters dak loont het snel.

Het sedumdak als buffer

Een sedumdak houdt een aanzienlijk deel van een bui vast en geeft het langzaam weer af door verdamping. Voor de piekbelasting op het riool scheelt dat veel, en sommige gemeenten geven er daarom subsidie op. Je hebt nog steeds een afvoer nodig voor de overtollige neerslag, maar de scherpe piek is eruit.

Wel vraagt een sedumdak een zwaardere constructie: een verzadigd pakket weegt zestig tot honderd kilo per vierkante meter. Dat is precies het soort keuze dat je vooraf moet maken, want een bestaand dak achteraf verzwaren is lastig.

Vraag het na en teken het mee

De regels rond hemelwater verschillen per gemeente en soms zelfs per wijk. Bel bij twijfel de gemeente of kijk in de hemelwaterverordening. Voor een klein fietsenhok is er meestal geen enkele verplichting, maar bij grotere stallingen op bedrijfsterreinen kan het wel degelijk spelen.

Wij nemen de afwatering standaard mee in het ontwerp: het afschot van het dak, de plek van de druiprand of de goot, en waar het water naartoe kan. Wij maken stalen fietsenhokken op maat en leveren en plaatsen ze in Overijssel, Gelderland en Flevoland.

Let op de erfgrens en de buren

Water dat van jouw dak op het perceel van de buren valt, is juridisch jouw probleem. Een dakoverstek die net over de erfgrens steekt of een druiprand die precies op het buurpad afwatert, levert vroeg of laat een gesprek op dat je liever niet had gevoerd. Houd daarom bij het bepalen van de plaats niet alleen rekening met de constructie zelf, maar ook met waar het water terechtkomt.

Staat het hok noodgedwongen vlak tegen de erfgrens, dan is een goot geen luxe maar noodzaak. Je vangt het water dan op voordat het over de grens valt en voert het gecontroleerd af naar je eigen terrein. Datzelfde geldt bij een aansluiting op een gedeelde schutting: laat het water daar niet permanent langs lopen, want zelfs geïmpregneerd hout houdt dat niet eeuwig vol.

Een praktische tip: laat bij een hok op de erfgrens de dakrand aan die zijde bewust een paar centimeter binnen de grens eindigen. Dat kost nauwelijks ruimte en neemt elke discussie over overbouw en waterafvoer bij voorbaat weg.

Lees ook