“Wat kost een meter dubbelstaafmat?” is de meest gestelde vraag die we krijgen, en tegelijk de lastigste om in één getal te beantwoorden. Niet omdat er iets te verbergen valt, maar omdat de prijs uit een handvol posten bestaat die per situatie sterk verschillen. In dit artikel breken we de kostprijs op, zodat je zelf kunt inschatten waar jouw project ongeveer uitkomt en welke keuzes het meest op de prijs drukken.
Post 1: de panelen
Het paneel is de zichtbare hoofdmoot, maar meestal niet de grootste kostenpost. De prijs hangt af van twee dingen: de hoogte en de draaddikte. Een paneel van 1,03 meter kost ruwweg de helft van een paneel van 2,03 meter, simpelweg omdat er half zoveel staal in zit. De stap van 6/5/6 naar 8/6/8 betekent grofweg dertig tot vijftig procent meer staalgewicht, en dat zie je direct terug in de prijs.
Voor de meeste tuinen en erfafscheidingen is 6/5/6 ruim voldoende. Betaal je voor 8/6/8, dan doe je dat om een reden: vandalismegevoelige locaties, bedrijfsterreinen of plekken waar zwaar materieel langs manoeuvreert.

Post 2: palen en bevestigingsmateriaal
Hier zit vaker geld dan mensen verwachten. Je hebt per paneel van 2,50 meter één paal nodig, plus een extra paal bij elk eind- en hoekpunt. Bij een lijn van 25 meter praat je dus over elf palen, niet tien. Daarbovenop komen klembeugels of klemplaten, bouten, afdekkappen en soms verstevigingen bij hoeken.
Een tuin met veel hoeken is daardoor per strekkende meter duurder dan een rechte lijn van dezelfde lengte. Zes hoeken op 30 meter betekent zes extra palen en zes keer extra montagewerk. Wie op de prijs let, kijkt dus eerst of het tracé eenvoudiger kan.
Post 3: fundering
Reken op één tot twee zakken snelbeton per paal, afhankelijk van de hoogte van het hek en de grondsoort. Dat is op zichzelf geen groot bedrag, maar het gaat wel om volume: bij dertig palen sleep je zestig zakken. Op moeilijk bereikbare terreinen, of waar je door een bestaande verharding heen moet, lopen de arbeidsuren hier snel op.
Post 4: poorten
Een loop- of dubbele poort is de duurste meter van je hek. Een looppoort met slotkast kost al gauw het equivalent van vier tot zes meter hekwerk, een dubbele poort nog meer. Dat komt door de zwaardere palen, het hang- en sluitwerk en het afstellen. Voeg je automatisering toe, dan komt daar nog een aparte post bij. Meer over de opties vind je in ons artikel over een stalen inrijpoort in Kampen.

Post 5: arbeid
Bij montage door een vakploeg vormt arbeid vaak dertig tot vijftig procent van het totaal. Die verhouding schuift op afhankelijk van de omstandigheden: een rechte lijn op bereikbaar terrein met makkelijk boorbare grond is snel klaar, terwijl puin in de bodem, oude fundamenten, hoogteverschil of een achtertuin die alleen door een smalle poort bereikbaar is, de uren flink verhogen.
Zelf plaatsen bespaart die post, maar niet gratis: reken op gereedschapshuur, een lang weekend werk en twee personen. In ons artikel over zelf hekwerk plaatsen of uitbesteden vind je die afweging uitgewerkt.
Wat je prijs het meest beïnvloedt
- Hoogte van de panelen — verreweg de grootste hefboom op de materiaalprijs.
- Draaddikte: 6/5/6 of 8/6/8.
- Aantal hoeken en eindpunten (elk kost een extra paal).
- Aantal en type poorten.
- Bereikbaarheid en grondsoort bij montage.
- Extra’s zoals onderplaten, privacystrips of een fijnmazige onderstrook.
Zo maak je een realistische inschatting
Meet je lijn op, tel je hoeken, bepaal de gewenste hoogte en tel het aantal poorten. Met die vier gegevens is een offerte binnen een dag te maken. Zoek je nog naar het juiste type, dan helpt ons overzicht over welk hekwerk je het beste kunt kiezen. De actuele prijzen en uitvoeringen staan bij het assortiment dubbelstaafmat hekwerk.
Tot slot
De prijs per strekkende meter zegt weinig zolang je niet weet welke hoogte, welke draaddikte en hoeveel hoeken en poorten erin zitten. Wie die keuzes bewust maakt, houdt de kosten goed in de hand: een lager paneel op de zijgrens en alleen aan de voorkant een zwaardere uitvoering scheelt vaak meer dan onderhandelen over de meterprijs.
Waar je verstandig op kunt besparen
Er zijn drie manieren om de prijs te drukken zonder dat je aan kwaliteit inlevert. De eerste is differentiëren in hoogte: aan de voorzijde, waar het hek in het zicht staat, kies je de uitvoering die je mooi vindt; langs de achterste erfgrens kan het vaak lager en lichter. Veel opdrachtgevers plaatsen overal dezelfde hoogte omdat dat vanzelfsprekend lijkt, terwijl de functie per zijde verschilt.
De tweede is het tracé vereenvoudigen. Elke hoek kost een extra paal, extra montagetijd en soms een paneel op maat. Een lijn die in twee rechte stukken loopt in plaats van in vijf knikken, kan tien tot vijftien procent schelen op het totaal.
De derde is timing. Buiten het voorjaar zijn zowel levertijden als planning ruimer, en dat vertaalt zich in de praktijk naar meer flexibiliteit. Waar je niet op moet besparen: de fundering en de poortpalen. Een paal die te ondiep staat, kost je binnen vijf jaar het herstel van een halve lijn, en dat is duurder dan de zak beton die je had willen uitsparen.





