
Bij een zorginstelling, een woonzorgcomplex of een seniorencomplex staat er meer dan alleen fietsen. Scootmobielen, driewielfietsen, rollators en soms elektrische rolstoelen vragen om ruimte, om een vlakke aanrijroute en bijna altijd om stroom. Een overdekte stalling die daar niet op is ontworpen, staat binnen een jaar vol met voertuigen die half buiten steken.
Scootmobielen vragen andere maten
Een scootmobiel is doorgaans 120 tot 150 centimeter lang en 60 tot 75 centimeter breed, maar het knelpunt is de draaicirkel. Anders dan een fiets kun je een scootmobiel niet even optillen of dwars wegzetten. Reken daarom op minimaal 180 centimeter vrije ruimte voor de plek, zodat er gedraaid en gemanoeuvreerd kan worden.
Ook de bediening speelt mee. Instappen en uitstappen vraagt ruimte naast het voertuig, en de bestuurder heeft vaak een rollator of een stok bij zich. Een plek die op de millimeter past, is in de praktijk onbruikbaar voor iemand die minder mobiel is.

Drempelloos is hier geen wens maar een eis
Bij een gewone fietsenstalling is een drempel van vijf centimeter hinderlijk. Bij een scootmobiel of een rolstoel is het een blokkade. De overgang van bestrating naar stallingvloer moet daarom volledig vlak zijn, of met een flauw talud van hooguit een paar procent.
Datzelfde geldt voor de route ernaartoe. Een stoeprand, een grindpad of een goot dwars over de route maakt een verder perfecte stalling waardeloos. Wij lopen die route bij de opname altijd zelf, bij voorkeur samen met iemand die er dagelijks gebruik van maakt.
- minimaal 180 centimeter vrije ruimte per scootmobielplek
- volledig drempelloze toegang, ook in de aanrijroute
- laadpunten op stopcontacthoogte, bereikbaar vanuit zittende positie
- brede doorgang: minimaal 120 centimeter vrij
- goede verlichting met bewegingsmelder
- een vlakke, stroeve vloer zonder losse tegels
Laden: het belangrijkste onderdeel
Vrijwel elke scootmobiel moet ’s nachts aan de lader. Dat betekent een geaard stopcontact per plek, op een hoogte die vanuit zittende positie bereikbaar is, en met een kabelroute die niet over de vloer loopt. Struikelgevaar is bij deze doelgroep een reëel risico.
Voor een stalling met meerdere plekken adviseren we een aparte groep met aardlekbeveiliging en een kastje per plek. Overleg daarbij met de installateur en met de verzekeraar of de arbocoördinator van de instelling; bij meerdere accu’s die tegelijk laden gelden soms aanvullende eisen aan ventilatie en onderlinge afstand.

Bereikbaar en zichtbaar
Een stalling voor minder mobiele bewoners moet dicht bij de ingang liggen. Vijftig meter lopen met een rollator is iets anders dan vijftig meter lopen met een fiets aan de hand. In de praktijk betekent dat vrijwel altijd een stalling direct naast de hoofdingang of aan een overdekte route ernaartoe.
Zicht is hier ook belangrijk, maar om een andere reden dan bij een school. Een stalling die vanuit de receptie of de gemeenschappelijke ruimte zichtbaar is, geeft bewoners het gevoel dat hun voertuig veilig staat, en maakt het voor personeel eenvoudig om even te helpen als dat nodig is.
Toegang zonder gedoe
Een zware deur met een cilinderslot is voor deze doelgroep een barrière. Beter is een schuifdeur, een deur met een dranger die langzaam sluit, of een elektronisch slot met een tag die je met één hand kunt bedienen. Een stalling die je alleen met twee handen open krijgt, wordt uiteindelijk opengelaten.
Wat vaak goed werkt is een stalling die overdag open staat en ’s nachts automatisch vergrendelt, of een toegang die op een bestaand pasjessysteem van de instelling wordt aangesloten. Dan hoeft niemand een extra sleutel bij zich te dragen.
Hoe wij dit aanpakken
Wij komen bij zorginstellingen bij voorkeur met de beheerder en een gebruiker over het terrein lopen. Het aantal plekken, de draairuimte, de route en de laadpunten komen daar uit voort. Daarna maken we een tekening en een richtprijs die in een bouw- of onderhoudsplan past.
Wij maken stalen stallingen op maat voor scootmobielen, fietsen en driewielers, en leveren en plaatsen ze in Overijssel, Gelderland en Flevoland. Gefaseerd uitbreiden kan, zodat je met een deel kunt beginnen en later kunt aanvullen.
Waarom buiten stallen vaak beter is dan binnen
Veel instellingen stallen scootmobielen nu in een gang, een hal of een berging binnen het gebouw. Dat is begrijpelijk, maar vanuit brandveiligheid meestal ongewenst: voertuigen in vluchtroutes belemmeren de ontruiming, en accu’s die binnen laden vormen een risico dat je liever buiten de brandcompartimenten houdt.
Een overdekte, afsluitbare buitenstalling lost beide problemen tegelijk op. De gangen komen vrij, het laden gebeurt in een geventileerde ruimte los van het gebouw, en bewoners hebben een vaste, eigen plek in plaats van een steeds wisselende hoek in de hal. Brandweer en verzekeraar zijn hier doorgaans uitgesproken positief over.
Wel vraagt het om een stalling die comfortabel genoeg is om de gang echt te vervangen. Verlicht, droog, dichtbij en gemakkelijk toegankelijk: als een van die vier ontbreekt, staan de scootmobielen binnen een paar maanden weer binnen. Dat is precies de reden dat we deze stallingen liever samen met de gebruikers ontwerpen dan alleen met de beheerder.
