
Leuningwerk lijkt eenvoudig: een buis van A naar B. In de praktijk is het een van de meest precieze dingen die we maken, juist omdat trappen en muren zelden recht en haaks zijn. Een leuning die op tekening klopt maar op de millimeter niet past, is meteen zichtbaar. Hieronder hoe een opname en een maatwerktraject verlopen.
Waarom je een leuning niet op één maat bestelt
Een trap heeft een hellingshoek, en die is nooit precies wat je zou verwachten. Daar komen bochten bij, overgangen naar een bordes, een muur die een fractie uit het lood staat en een plint of een vensterbank die in de weg zit. Alleen de lengte doorgeven is dus zelden genoeg.
Bij een rechte muurleuning van een paar meter kan het soms wel: lengte, hoogte, aantal beugels. Zodra er een bocht of een hoogteovergang in zit, is inmeten op locatie de enige manier om het kloppend te krijgen.

Wat wij bij de opname doen
We bepalen eerst de lijn: bij een trap de lijn evenwijdig aan de tredeneuzen, op de gewenste hoogte; bij een gang of bordes een horizontale lijn op werkhoogte. Die lijn wordt afgetekend, zodat je hem ziet voordat er iets gemaakt wordt.
Daarna meten we de hellingshoek, de lengte van elk recht deel, de hoeken van de bochten en de posities van de beugels. We beoordelen de ondergrond — metselwerk, beton, gasbeton of een voorzetwand — en kijken met een leidingdetector of er iets in de muur zit dat de beugelpositie beïnvloedt.
- de lijn aftekenen op de gewenste hoogte, voordat er iets gemaakt wordt
- hellingshoek, lengtes en hoeken van elke bocht meten
- beugelposities bepalen, rekening houdend met leidingen en voegen
- ondergrond beoordelen en het juiste ankermateriaal kiezen
- buisdiameter en afwerking in de hand voelen met monsters
- eindstukken en aansluitingen meetekenen
Zelf opmeten: wat wij nodig hebben
Wil je het zelf aanleveren, dan hebben we voor een rechte muurleuning genoeg aan: de lengte langs de muur, de gewenste hoogte loodrecht vanaf de tredeneus of de vloer, de hellingshoek als het om een trap gaat, en een foto van de hele situatie waarop begin en einde zichtbaar zijn.
Meet de lengte langs de lijn waar de leuning komt, niet horizontaal, en meet op drie punten of de muur overal even ver van de trap af staat. Verschilt dat meer dan een centimeter, laat het ons dan weten; dat zien wij liever vooraf dan tijdens de montage.

Het ontwerp en de goedkeuring
Na de opname maken we een tekening met de hoofdmaten, de hoeken, de beugelposities en de eindstukken. Die krijg je ter goedkeuring. Bijna altijd volgt er een ronde met aanpassingen — een beugel die net anders moet, een eindstuk dat verder door moet lopen — en daar is die tekening ook voor.
Zodra je akkoord geeft, gaat het naar de werkplaats. Vanaf dat moment ligt het vast, want een gelaste en gecoate leuning laat zich niet meer een paar centimeter aanpassen.
Productie en afwerking
De buis wordt op maat gezaagd, de bochten worden gezet of gelast, de lasnaden worden geslepen tot ze onzichtbaar zijn en het geheel gaat naar de poedercoater. Dat slijpen is handwerk en het is precies waaraan je bij een leuning ziet of hij goed gemaakt is: bij een gladde bocht voel je met je hand geen enkele overgang.
Reken op ongeveer drie tot vijf weken tussen goedkeuring en montage, afhankelijk van de complexiteit en de gekozen kleur.
De montage
Op locatie wordt de lijn opnieuw uitgezet, worden de beugels afgetekend en geboord en wordt de leuning gesteld. Daarna wordt alles nagelopen: zit hij overal op dezelfde afstand van de muur, loopt de lijn vloeiend door de bocht, voelt de overgang glad aan.
Wij maken stalen leuningwerk volledig op maat — binnen langs de trap, in een gang, rond een vide of buiten bij een bordes — en leveren en plaatsen het in Overijssel, Gelderland en Flevoland. Stuur een paar foto’s en de globale maten, dan weet je snel wat er mogelijk is.
In delen leveren bij een lange leuning
Een leuning van acht meter komt niet in één stuk door een voordeur, een trappenhuis of een bocht in de gang. Bij langere lengtes leveren we daarom in delen die op locatie worden gekoppeld. Dat is geen concessie, mits de koppeling op de juiste plek zit.
De beste plek voor een naad is bij een beugel of in een bocht: daar valt hij visueel weg en zit de verbinding bovendien vlak bij een ondersteuningspunt. Een naad midden in een lang recht stuk is zowel zichtbaar als constructief het minst gunstig. Wij bepalen die punten op de tekening en niet op de montagedag.
Vraag bij het inmeten ook naar de aanvoerroute: hoe komt het materiaal binnen? Een smalle gang, een krappe draai op de overloop of een lift met een beperkte diepte bepaalt hoe lang de delen maximaal mogen zijn. Dat is precies zo’n praktisch punt dat je liever vooraf weet dan wanneer de bus voor de deur staat.