
De eerste vraag bij een nieuwe inrijpoort is bijna nooit welke kleur of welke vulling, maar of het een draaipoort of een schuifpoort moet worden. Die keuze bepaalt de fundering, de benodigde ruimte, de prijs en het dagelijks gebruik. Bij een stalen poort op maat kan het allebei, maar ze passen niet in dezelfde situaties. Hieronder de afweging.
De draaipoort: eenvoudig en vertrouwd
Een draaipoort, enkel of dubbel, draait om scharnieren aan een poortpaal. Het is de klassieke oplossing en constructief de eenvoudigste: twee palen, twee vleugels, klaar. Er is geen rail nodig, geen geleiding en geen strook langs de inrit die vrij moet blijven.
Het grote voordeel is de prijs en de betrouwbaarheid. Er zijn weinig bewegende delen die kunnen vastlopen, en scharnieren zijn met een druppel olie per jaar tevreden. Voor de meeste woningen en erven is een dubbele draaipoort dan ook de logische keuze.

Waar een draaipoort tegen grenzen loopt
Een draaipoort heeft zwaaiuimte nodig. Bij een dubbele poort van vier meter breed heeft elke vleugel twee meter nodig om open te zwaaien, en dat oppervlak moet vrij en vlak zijn. Staat er een auto in de weg, loopt de inrit omhoog of ligt er grind dat tegen de onderrand schuurt, dan wordt hij dagelijks een ergernis.
Ook de vleugellengte heeft een grens. Boven de twee meter per vleugel wordt het eigen gewicht een probleem: de poort gaat doorhangen, de scharnieren slijten sneller en de bovenkant komt scheef te staan. Wij lossen dat op met zwaardere profielen en een diagonale verstijving, maar voorbij ongeveer zes meter totale breedte is een schuifpoort verstandiger.
- draaipoort: goedkoper, eenvoudig, maar vraagt zwaaiuimte
- draaipoort tot circa 2 meter per vleugel zonder extra maatregelen
- schuifpoort: geen zwaaiuimte, wel een vrije strook langs de inrit
- schuifpoort werkt goed op een hellende oprit
- vrijdragende schuifpoort: geen rail in de grond, wel zwaardere constructie
De schuifpoort: ruimte langs in plaats van ruimte voor
Een schuifpoort beweegt zijwaarts weg, evenwijdig aan de erfafscheiding. Hij heeft dus geen zwaaiuimte nodig, wat hem uitstekend maakt voor korte opritten waar de auto vlak achter de poort staat, en voor situaties waar direct achter de poort een garagedeur of een muur zit.
Wat hij wél nodig heeft is een vrije strook langs de inrit, minstens zo lang als de poort zelf plus een beetje marge. Staat daar een haag, een boom of een meterkast, dan is een schuifpoort geen optie. Dat is het eerste wat we bij een opname nameten.

Op rails of vrijdragend
Er zijn twee soorten schuifpoorten. Een poort op rails loopt in een geleiderail in de bestrating; die is constructief lichter en dus voordeliger, maar de rail moet schoon en vrij van blad, sneeuw en grind blijven. Op een oprit onder een boom vraagt dat aandacht.
Een vrijdragende schuifpoort hangt in een zware onderbalk die op rollen in een fundering rust; er ligt niets in de bestrating. Dat werkt beter bij sneeuw, blad en hoogteverschil, maar vraagt een zwaardere constructie en een grotere fundering, en is daarmee duidelijk duurder.
Automatiseren
Beide typen zijn te automatiseren. Bij een draaipoort gebeurt dat met twee armmotoren of met ondergrondse motoren in de poortpalen; bij een schuifpoort met één tandwielmotor langs de rail. In de praktijk is een schuifpoort iets eenvoudiger en storingsvrijer te automatiseren, omdat er één aandrijving en één beweging is.
Wil je later automatiseren, zeg dat dan nu al. Dan leggen we de mantelbuizen voor de bekabeling meteen in de fundering mee en kiezen we het beslag daarop af. Achteraf betekent het bestrating openbreken.
Kort samengevat
Heb je ruimte voor de vleugels en blijft de poort onder de zes meter, dan is een draaipoort meestal de beste prijs-kwaliteitkeuze. Is de oprit kort, loopt hij op, of is de opening breder, dan is een schuifpoort de betere oplossing, ook al kost hij meer.
Wij maken stalen poorten en inrijpoorten volledig op maat, in beide uitvoeringen, en komen ze in Overijssel, Gelderland en Flevoland leveren en plaatsen. Bij de opname meten we niet alleen de opening maar ook de zwaai- en schuifruimte in, zodat de keuze op feiten berust.
Naar binnen of naar buiten draaien?
Bij een draaipoort komt er nog een keuze bij die vaak pas op de montagedag wordt gesteld: draait hij naar binnen of naar buiten? De vuistregel is naar binnen, het eigen terrein op. Een poort die over de stoep of de weg zwaait, is verkeersonveilig en in veel gemeenten bij een uitrit op de openbare weg ook niet toegestaan.
Naar binnen draaien heeft alleen zin als de inrit achter de poort vlak is en oploopt noch afloopt. Bij een oprit die omhoog loopt, raakt de onderkant van de vleugel de bestrating voordat de poort openstaat. Dan kun je de poort hoger boven de grond hangen — maar dan ontstaat er een kier van tien centimeter of meer, en dat wil je bij honden of kleine kinderen niet.
In die situatie is een schuifpoort vrijwel altijd de betere oplossing: die volgt de hoogte van het terrein niet, want hij beweegt zijwaarts. Loop de inrit dus even met een waterpas na voordat je de knoop doorhakt, of laat ons het bij de opname inmeten.