
De maat van een poort lijkt een eenvoudige vraag: hoe breed is de opening? In de praktijk zit het net iets anders in elkaar, want de doorrijbreedte, de dagmaat en de bestelmaat zijn drie verschillende getallen. Wie een inrijpoort laat maken, doet er goed aan die begrippen te kennen voordat hij een maat doorgeeft.
Doorrijbreedte is het getal dat telt
De doorrijbreedte is de vrije ruimte die overblijft als de poort helemaal openstaat. Dat is niet hetzelfde als de afstand tussen de palen: de poortpalen zelf, het beslag en bij een draaipoort de vleugels in geopende stand nemen ruimte in.
Voor een personenauto is drie meter doorrijbreedte krap maar werkbaar, 3,5 meter comfortabel en vier meter ruim. Voor een bestelbus, een aanhanger of een caravan reken je op minimaal 3,5 meter, en voor vrachtverkeer op minimaal vier meter. Draai je bij het inrijden ook nog een bocht, tel er dan een halve meter bij op.

De bocht is belangrijker dan de breedte
Een veelgemaakte fout: de poort precies breed genoeg maken voor de auto, terwijl je er schuin in moet draaien vanaf de straat. Recht inrijden vraagt veel minder breedte dan onder een hoek inrijden. Bij een poort die haaks op een smalle straat staat, is een halve meter extra breedte het verschil tussen soepel inrijden en drie keer steken.
Kijk daarom niet alleen naar de opening maar naar de hele manoeuvre. Wij zetten bij een opname de rijlijn uit en laten de auto er een keer doorheen rijden voordat de maat wordt vastgelegd; dat is in tien minuten gebeurd en voorkomt jarenlange irritatie.
- personenauto: 3 meter krap, 3,5 meter comfortabel
- bestelbus of aanhanger: minimaal 3,5 meter
- vrachtverkeer: minimaal 4 meter
- schuin inrijden: een halve meter extra
- standaardhoogte woning: 120 tot 180 centimeter
- bedrijfsterrein: vaak 180 tot 200 centimeter
De hoogte: functie en uitstraling
Bij een woning ligt de poorthoogte meestal tussen 120 en 180 centimeter. Lager oogt vriendelijk en open maar houdt weinig tegen; hoger geeft privacy en veiligheid maar kan massief overkomen. Een veelgebruikte middenweg is de poort even hoog maken als het hekwerk of de schutting ernaast, zodat de lijn doorloopt.
Op een bedrijfsterrein ligt de hoogte doorgaans op 180 tot 200 centimeter, soms met een schuin oplopende bovenrand of met punten. Daar gaat het om het feitelijk tegenhouden van mensen, niet om het markeren van een grens.

Ruimte onder en naast de poort
Onder de poort zit altijd een kier, want de vleugel of de schuifpoort moet vrij van de bestrating blijven. Reken op vijf tot acht centimeter bij een vlakke ondergrond. Wil je die kier kleiner hebben, bijvoorbeeld tegen ontsnappende honden, dan kan dat met een aangepaste onderrand, maar dan moet de ondergrond echt vlak zijn.
Naast de poort heb je bij een draaipoort de zwaaiuimte nodig en bij een schuifpoort een vrije strook langs de erfafscheiding. Meet die strook in en kijk of er geen haag, meterkast of boom in de weg staat. Dat is het punt waarop een gekozen type nog kan wijzigen.
Vleugelverdeling bij een dubbele poort
Een dubbele poort hoeft niet uit twee gelijke helften te bestaan. Een verdeling van bijvoorbeeld een derde en twee derde werkt prettig als je meestal maar één vleugel opent om even naar buiten te lopen, en pas bij de auto beide vleugels gebruikt.
Wel is het goed te weten dat een ongelijke verdeling optisch opvalt, zeker bij een poort met een strak lijnenspel. Bij een sierpoort met een symmetrisch patroon kiezen we daarom meestal toch gelijke helften, en lossen we de looproute op met een aparte loopdeur ernaast.
Wat wij inmeten
Bij een opname meten we de opening, de zwaai- of schuifruimte, de hoogte van het aangrenzende hekwerk, het verloop van de bestrating en de rijlijn vanaf de straat. Daaruit volgt de bestelmaat, en die staat op de tekening die je ter goedkeuring krijgt.
Wij maken stalen poorten en inrijpoorten volledig op maat en leveren en plaatsen ze in Overijssel, Gelderland en Flevoland. Twijfel je over de maat, dan rijden we de situatie liever een keer zelf in dan dat we achteraf moeten aanpassen.
De afstand tot de weg
Een maat die bijna niemand noemt maar die veel uitmaakt: hoeveel ruimte zit er tussen de poort en de openbare weg? Staat de poort pal aan de stoep, dan sta je bij het openen met je auto nog op de rijbaan. Bij een handbediende poort betekent dat uitstappen op de weg; bij een automatische poort sta je stil te wachten tot hij open is, met je achterkant in het verkeer.
De praktische ondergrens is een opstelruimte van ongeveer zes meter tussen de poort en de rijbaan, zodat een auto er volledig voor kan staan. Lukt dat niet, dan is een schuifpoort met een afstandsbediening die je al twintig meter voor de inrit kunt bedienen de beste oplossing: de poort staat dan open op het moment dat je er bent.
Bij een uitrit op een drukke of onoverzichtelijke weg stelt de gemeente soms eisen aan de opstelruimte, aan het zicht vanaf de inrit of aan de draairichting van de poort. Vraag dat na als je de inrit tegelijk aanlegt of verbreedt; bij een bestaande uitrit speelt het meestal niet.