Op welke hoogte hoort een trapleuning?

Stalen leuning in zwarte structuurcoating

Een leuning die te laag hangt, laat je voorovergebogen lopen. Een leuning die te hoog hangt, pak je niet vast. En een leuning die bij de trap op de ene hoogte zit en op het bordes op een andere, voelt bij elke stap verkeerd. De hoogte is daarmee de belangrijkste maat van leuningwerk, en tegelijk de maat waar het vaakst niet over wordt nagedacht.

De gangbare hoogte

In Nederland wordt voor een trapleuning doorgaans een hoogte van 90 centimeter aangehouden, gemeten loodrecht vanaf de voorkant van de trede tot de bovenkant van de leuning. Op een bordes, een galerij of langs een vide is 100 centimeter gebruikelijker, omdat daar ook de valbeveiliging meespeelt.

Die 90 centimeter is geen willekeurig getal: het is de hoogte waarop een volwassen hand ontspannen meeglijdt zonder dat je je schouder optrekt of je rug buigt. Voor de meeste mensen tussen 1,60 en 1,90 meter werkt dat prettig.

Stalen leuningwerk op maat

Meten langs de helling, niet verticaal

Hier gaat het in de praktijk het vaakst mis. De hoogte van een trapleuning meet je niet vanaf de vloer maar loodrecht vanaf de neus van elke trede, en die lijn loopt evenwijdig aan de trap. Meet je vanaf de vloer, dan klopt de hoogte onderaan wel en bovenaan niet meer.

Zet daarom een rechte lat of een draad langs de tredeneuzen en meet daar loodrecht vanaf. Dat is meteen de lijn waar de leuning straks evenwijdig aan loopt.

  • trap: circa 90 centimeter, loodrecht vanaf de tredeneus
  • bordes, galerij of vide: circa 100 centimeter
  • meet langs de helling, niet vanaf de vloer
  • laat de leuning doorlopen in bochten en op overlopen
  • bij senioren of kinderen: overweeg een tweede leuning op eigen hoogte
  • let op de vrije doorloopruimte tussen leuning en muur of balustrade

De overgang van trap naar bordes

Waar de trap overgaat in een bordes of een overloop, verandert de hellingshoek en dus de hoogte. Een leuning die daar simpelweg doorloopt, komt op het bordes te laag uit. Wij maken op dat punt een knik of een bocht die de leuning naar de bordeshoogte tilt.

Die overgang is technisch het lastigste deel van leuningwerk en meteen het deel waaraan je ziet of het goed gemaakt is. Een vloeiende bocht in dezelfde buis oogt en voelt beter dan twee stukken met een hoekverbinding ertussen.

Stalen leuningwerk op maat

Twee leuningen op twee hoogtes

In huishoudens met jonge kinderen of oudere bewoners is een tweede leuning op een lagere hoogte een uitkomst. Voor een kind werkt 60 tot 70 centimeter; voor iemand die zich stevig wil vasthouden bij het opstaan uit een zittende houding is een lagere greep prettig.

Een tweede leuning kan aan dezelfde beugels worden meegenomen, wat het voordeliger en optisch rustiger maakt dan twee losse leuningen. Bij een trap met muren aan beide zijden is een leuning aan beide kanten trouwens vaak het beste advies, ongeacht de leeftijd.

Begin en einde

Een leuning hoort door te lopen tot voorbij de eerste en de laatste trede. Het punt waarop je hem loslaat, is precies het punt waar je nog steun nodig hebt. Wij laten de leuning daarom aan beide zijden minstens twintig tot dertig centimeter doorlopen, met een gebogen of teruggezet eindstuk.

Dat eindstuk heeft nog een functie: een leuning die recht afgezaagd in de ruimte eindigt, blijft haken achter een mouw of een tas. Een naar de muur of naar beneden teruggebogen einde voorkomt dat.

Hoogte in jouw situatie

De gangbare maten werken voor de meeste mensen, maar niet voor iedereen. Ben je zelf uitgesproken lang of kort, of is de leuning vooral voor één persoon bedoeld, dan is het zinvol om de hoogte daarop af te stemmen. Laat die persoon op de trap staan en de hand ontspannen op de gedachte lijn leggen.

Wij meten de trap in, bepalen de lijn langs de tredeneuzen en tekenen de leuning inclusief de bochten en de eindstukken. Wij maken stalen leuningwerk op maat en leveren en plaatsen het in Overijssel, Gelderland en Flevoland.

Een bestaande leuning verhangen

Zit je leuning op de verkeerde hoogte, dan is verhangen vaak eenvoudiger dan mensen denken — mits de beugels los te nemen zijn en de buis zelf nog in goede staat is. De leuning gaat eraf, de beugels worden op de nieuwe lijn afgetekend en er worden nieuwe gaten geboord.

Wat overblijft zijn de oude gaten. In een gestuukte wand zijn die te vullen en bij te schilderen; in schoon metselwerk of in tegelwerk blijven ze zichtbaar. Dat is de reden dat we bij een hoogtewijziging soms adviseren om nieuwe, iets bredere voetplaatjes te gebruiken die de oude gaten afdekken.

Verandert de hoogte meer dan een paar centimeter, houd er dan rekening mee dat ook de bochten en eindstukken niet meer kloppen: die zijn gemaakt op de oude lijn. Bij een grotere correctie is een nieuwe leuning op maat vaak netter dan het aanpassen van de bestaande — en meestal nauwelijks duurder, omdat het aanpassen van gebogen delen handwerk is.

Lees ook