
De poort krijgt alle aandacht, de palen zelden. Toch is de paal het onderdeel dat het zwaarst wordt belast en waar de meeste problemen ontstaan. Bij een poort op maat is de keuze van de paal daarom geen detail. Hieronder de drie gangbare opties, met hun voor- en nadelen.
Waarom een poortpaal zoveel te verduren krijgt
Een hekpaal draagt zijn eigen gewicht en wat wind. Een poortpaal draagt het volledige gewicht van de vleugel, en dat gewicht hangt op afstand van de paal. Dat levert een kantelmoment op dat de paal bovenaan naar de vleugel toe trekt en onderaan de andere kant op duwt.
Bij een vleugel van twee meter en honderd kilo is dat vergelijkbaar met een volwassene die permanent aan de bovenkant van de paal hangt — met een schok bij elke keer dat de poort dichtvalt. De keuze van het paalmateriaal moet daarop berekend zijn.

Stalen palen: de logische standaard
Een gelaste stalen kokerpaal in een betonfundering is voor de meeste poorten de beste oplossing. Staal neemt het kantelmoment moeiteloos op, is slank, en de scharnieren kunnen er rechtstreeks op gelast of gebout worden, waardoor ze exact op de juiste plek zitten en instelbaar blijven.
Bovendien kan de paal in dezelfde RAL-kleur worden gepoedercoat als de poort, zodat het één geheel is. En als de poort ooit geautomatiseerd wordt, kan de bekabeling door de holle koker lopen: je ziet er niets van.
- staal: slank, sterk, scharnieren instelbaar, kabels weg te werken
- metselwerk: massief en klassiek, maar een stalen kern is nodig
- hout: warm en landelijk, gaat korter mee en werkt met het seizoen
- bij alle drie: de fundering bepaalt of het blijft staan
Gemetselde palen: mooi, maar met een kern
Een gemetselde poortpaal in dezelfde steen als de gevel of de erfafscheiding oogt massief en klassiek. Bij een boerderij, een villa of een gemetselde tuinmuur is dat vaak de mooiste oplossing.
Wel is het belangrijk te weten dat metselwerk zelf geen kantelmoment opneemt. Een gemetselde poortpaal hoort altijd een stalen kern of een betonkern met wapening te hebben, die in de fundering is verankerd, en de scharnieren horen daaraan vast te zitten. Scharnieren die alleen in metselwerk zijn verankerd, trekken er vroeg of laat uit.

Houten palen: alleen bij lichte poorten
Een houten poortpaal past bij een houten poort en bij een landelijke omgeving. Voor een lichte tuinpoort van een meter breed is dat prima. Voor een dubbele inrijpoort van staal is hout geen goede keuze: het werkt met de seizoenen, het krimpt, en de scharnierbevestiging komt daardoor op termijn los.
Daar komt bij dat hout op de overgang naar de grond het kwetsbaarst is — precies waar de belasting het grootst is. Wil je toch de uitstraling van hout, dan is een stalen paal met een houten omkasting een betere constructie: de sterkte zit in het staal, het zicht in het hout.
De fundering blijft bepalend
Welk materiaal je ook kiest, de fundering bepaalt of het blijft staan. Minimaal tot onder de vorstgrens, ongeveer 80 centimeter, met een diameter van minstens drie keer de paalmaat, en breder naarmate de vleugel langer is. In klei- en veengrond, zoals in de IJsseldelta en de polder, gaan we standaard dieper en breder dan op zand.
En dan het punt waar het in de praktijk het vaakst misgaat: laat het beton uitharden voordat de vleugel eraan komt. Reken op minstens een week, bij koud weer langer. Wij plannen daarom twee momenten in: eerst de palen stellen en storten, daarna de vleugels afhangen en afstellen.
Leg de elektra mee
Wil je de poort nu of later automatiseren, dan moet er stroom naar de palen. Een lege mantelbuis van de meterkast naar beide palen, meegestort in de fundering, kost een paar tientjes. Achteraf betekent het een sleuf door de oprit en opnieuw bestraten.
Wij bepalen de paalmaat en de fundering op basis van de grondsoort, het gewicht en de lengte van de vleugel en de gekozen aandrijving, en geven een uitzettekening met de exacte posities. Wij maken stalen poorten op maat en leveren en plaatsen ze in Overijssel, Gelderland en Flevoland.
Hangen aan een bestaande paal of muur
Regelmatig krijgen we de vraag of een nieuwe poort aan bestaande palen kan. Dat kan, maar alleen na een eerlijke beoordeling. De vraag is niet of de paal er stevig uitziet, maar of hij ooit is gefundeerd op het kantelmoment van een poortvleugel. Een hekpaal die er dertig jaar prima heeft gestaan, is daar zelden op berekend.
Er zijn drie dingen die we dan bekijken: staat de paal nog exact loodrecht, is de fundering eronder van beton en diep genoeg, en is het materiaal van de paal zwaar genoeg voor de nieuwe vleugel? Een paal die al een fractie uit het lood staat, gaat onder een nieuwe en vaak zwaardere poort verder kantelen.
Bij een gemetselde paal is de belangrijkste vraag of er een stalen of gewapende kern in zit. Dat kun je van buiten niet zien, maar vaak wel afleiden uit de bouwperiode en uit hoe de bestaande scharnieren zijn bevestigd. Zitten die met doorgaande bouten in een stalen strip, dan is er een kern; zitten ze met keilbouten in het metselwerk, dan is voorzichtigheid geboden.
